Pedagogisch werkplan gastouder: voorbeeld en invulhulp
Sinds 1 juli 2026 hoort bij elk opvangadres een pedagogisch werkplan. Daarin vertaal je de visie en de vier pedagogische basisdoelen van je gastouderbureau naar hoe jij op jouw adres werkt. Zes onderdelen komen terug: hoe je de vier pedagogische basisdoelen in de praktijk vormgeeft, het aantal kinderen en de leeftijdsopbouw, je werkwijze met dagritme en wennen, de activiteiten en het speelmateriaal, de speelruimte binnen en buiten, en hoe je de ontwikkeling van de kinderen volgt. Het werkplan is vormvrij: kort of lang, op papier, als praatplaat met foto's of als video, zolang ouders begrijpen hoe jij voor hun kind zorgt.
Wat is een pedagogisch werkplan, en voor wie geldt het?
Sinds 1 juli 2026 hoort bij elk opvangadres een pedagogisch werkplan. Het hoort bij de voorziening: je maakt het per opvangadres, niet als los document per kind. Vang je op meer dan één adres op, dan maak je per adres een werkplan.
In het werkplan vertaal je de visie en de vier pedagogische basisdoelen van je gastouderbureau naar hoe jij in de praktijk werkt. Die visie staat in het pedagogisch beleidsplan van het bureau. Jouw werkplan maakt concreet hoe dat er op jouw adres uitziet.
Je bent zelf verantwoordelijk voor het opstellen en bijhouden ervan. Ben je bij twee gastouderbureaus aangesloten, dan maak je voor beide bureaus een werkplan, omdat elk werkplan aansluit op het beleidsplan van dat bureau.
De zes onderdelen
Deze zes onderdelen komen terug in elk werkplan:
1. Hoe je de vier pedagogische basisdoelen in de praktijk vormgeeft: hoe je emotionele veiligheid biedt, en hoe je persoonlijke competenties, sociale competenties en het meegeven van normen en waarden stimuleert.
2. Het aantal kinderen dat je opvangt en de leeftijdsopbouw van de groep.
3. Je werkwijze: het dagritme, en hoe nieuwe kinderen bij je wennen.
4. De activiteiten die je doet en het speelmateriaal dat je gebruikt.
5. De speelruimte binnen en buiten.
6. Hoe je de ontwikkeling van de kinderen volgt.
Invulhulp deel 1: basisdoelen, aantal kinderen en werkwijze
De eerste drie onderdelen gaan over wie je opvangt en hoe je werkt. Je hoeft geen mooie zinnen te schrijven. Het gaat erom dat een ouder of de GGD begrijpt wat jij doet. Hieronder per onderdeel een paar voorbeeldzinnen die je kunt aanpassen aan jouw opvang.
Pedagogische basisdoelen. Geef per doel een voorbeeld uit je eigen dag. Emotionele veiligheid: 'Ik begroet elk kind bij binnenkomst en neem even de tijd, zodat het zich welkom voelt.' Persoonlijke competenties: 'Kinderen proberen zelf hun jas aan te doen. Ik help pas als het niet lukt.' Sociale competenties: 'Bij het opruimen doen we het samen en benoem ik hoe fijn het is om elkaar te helpen.' Normen en waarden: 'We wachten aan tafel tot iedereen er is, zo leren kinderen rekening met elkaar te houden.'
Aantal kinderen en leeftijdsopbouw. Voorbeeld: 'Ik vang maximaal vier kinderen tegelijk op, in de leeftijd van nul tot vier jaar. Mijn eigen zoon van zes speelt na schooltijd mee.' Handig om te weten: je eigen kinderen tellen mee tot de leeftijd van acht jaar.
Werkwijze: dagritme en wennen. Dagritme: 'We starten met vrij spel, daarna eten we fruit en lezen we voor. Tussen de middag slapen de jongsten.' Wennen: 'Een nieuw kind komt eerst een uurtje samen met een ouder, daarna bouwen we de dagen rustig op.'
Invulhulp deel 2: activiteiten, speelruimte en ontwikkeling volgen
De laatste drie onderdelen gaan over wat kinderen bij jou doen en hoe je hun groei in de gaten houdt.
Activiteiten en speelmateriaal. Voorbeeld: 'We lezen elke dag voor en knutselen op woensdag. Ik kies bewust voor blokken en verkleedspullen, omdat kinderen daarmee hun fantasie en taal ontwikkelen.'
Speelruimte binnen en buiten. Voorbeeld: 'De kinderen spelen in de woonkamer en een aparte speelhoek. Achter het huis is een omheinde tuin.' Heb je geen eigen buitenruimte, beschrijf dan hoe je het buitenspelen regelt, bijvoorbeeld: 'We gaan elke ochtend naar de speeltuin om de hoek.'
Hoe je de ontwikkeling volgt. Voorbeeld: 'Tijdens het spelen let ik op wat een kind al kan en wat het oefent. Bij het halen en brengen deel ik dit met de ouders. Zie ik iets waar ik me zorgen over maak, dan overleg ik met de ouders en mijn bemiddelingsmedewerker.' Je bepaalt zelf hoe je dit volgt. Een kindvolgsysteem is niet verplicht.
De vorm is vrij
Je werkplan hoeft geen dik document te zijn. Het mag kort of lang, op papier, als praatplaat met foto's of tekeningen, of zelfs als video of verhaal. Waar het om gaat: dat ouders begrijpen hoe jij voor hun kind zorgt.
Kies de vorm die bij jou past. Vind je schrijven lastig, dan werkt een praatplaat met foto's van je opvangruimte en een paar korte zinnen vaak prettiger, voor jou en voor de ouders.
Vraag je bureau of ze een voorbeeld of sjabloon hebben. Veel gastouderbureaus bieden dat aan, omdat het werkplan aansluit op hun pedagogisch beleidsplan. Een sjabloon is handig, maar niet verplicht.
Wat vaak verkeerd wordt gedacht
'Ik moet een verplicht format gebruiken.' Nee. Er is geen voorgeschreven format en geen verplichte lengte. De inhoud telt, niet de vorm.
'Ik moet een kindvolgsysteem bijhouden.' Nee. Je mag zelf bepalen hoe je de ontwikkeling volgt. Leg je gegevens over een kind vast, dan heb je wel duidelijke toestemming van de ouders nodig vanwege de privacyregels (AVG).
'De achterwacht hoort in mijn werkplan.' De achterwacht is een aparte eis: iemand die in een noodgeval binnen 15 minuten bereikbaar en beschikbaar is. Je mag het in je werkplan zetten, maar het is geen verplicht onderdeel ervan.
'De zes interactievaardigheden moeten erin.' Die vaardigheden zijn een hulpmiddel en worden aangeraden, maar ze zijn geen wettelijke eis voor je werkplan.
Veelgestelde vragen
Is een pedagogisch werkplan verplicht voor gastouders?
Ja. Sinds 1 juli 2026 hoort bij elk opvangadres een pedagogisch werkplan, waarin staat hoe je het beleid van je bureau in de praktijk brengt.
Moet ik per kind een werkplan maken?
Nee. Het werkplan hoort bij het opvangadres, niet bij een los kind. Vang je op meer dan één adres op, dan maak je per adres een werkplan.
Is er een verplicht format of voorbeeld?
Nee. De vorm is vrij: kort of lang, op papier, als praatplaat of als video. Veel bureaus bieden een sjabloon aan, maar dat is niet verplicht.
Moet ik een kindvolgsysteem gebruiken?
Nee. Je bepaalt zelf hoe je de ontwikkeling van kinderen volgt. Leg je gegevens over een kind vast, dan heb je toestemming van de ouders nodig vanwege de AVG.
Wat als ik bij twee gastouderbureaus ben aangesloten?
Dan maak je voor beide bureaus een werkplan, omdat elk werkplan aansluit op het pedagogisch beleidsplan van dat bureau.
Hoort de achterwacht in het werkplan?
De achterwacht is een aparte eis: iemand die in een noodgeval binnen 15 minuten bereikbaar en beschikbaar is. Je mag het in je werkplan zetten, maar verplicht is dat niet.
Wie schrijft het werkplan, ik of mijn bureau?
Je bent zelf verantwoordelijk voor het opstellen en bijhouden. Het bureau levert de visie en de vier basisdoelen aan via het pedagogisch beleidsplan. Jij vertaalt dat naar jouw opvang.
Wat als ik geen eigen buitenruimte heb?
Beschrijf dan hoe je het buitenspelen organiseert, bijvoorbeeld dat je dagelijks naar een speeltuin of park in de buurt gaat.
Laatst bijgewerkt op 25 juli 2026. Opvangcheck is jouw onafhankelijke partner om moeiteloos klaar te staan voor de GGD.